Door: Noor Ruts - De Vries

 

Mijn ouders zijn in 1940 aan de Bredaseweg tegenover de Oude Warande gaan wonen. 

Ongeveer in 1955 - 1956 fietste mijn moeder vaak door de Oude Warande op weg naar Charlotte-oord waar een van mijn zussen werd verpleegd voor TBC.

Zij kwam dan langs een verwaarloosd kapelletje in de Oude Warande. Mijn moeder nam contact op met de pastoor Manders van de Margaretha Mariakerk aan de Ringbaan West, om dat onder de aandacht te brengen. Via hem, of het bisdom, is er toen actie ondernomen en werd het kapelletje opgeknapt. Er stond een groot Antoniusbeeld in, dus was het voor ons het 'Antoniuskapelletje'.

 

Zeker eenmaal per week, op woensdagmiddag of zaterdagmiddag, 'moesten' wij op de fiets, met bezem en stoffer en blik naar het kapelletje om het aan te vegen. In de zomer namen we vaak een bloemetje uit de tuin mee en een fles water om de vaas te vullen. Rond dat kapelletje heb ik een paar jaar lang samen met mijn broer, zusjes, vriendjes en vriendinnetjes regelmatig gespeeld. Je kon er prachtige rondjes fietsen en de sport was dit zo hard mogelijk te doen.

 

Ergens halverwege de zestiger jaren, ontdekte ik dat het kapelletje er niet meer stond. Ik liep naar de plek waar het had gestaan, het kappelletje was weg, maar ik was blij dat het fundament er nog lag en er nu nog steeds ligt. Het is overwoekerd, maar ik weet het te vinden.

 

Er heeft ook ooit een blokhut in de Oude Warande gestaan. Ik heb hem als kind wel gezien en heb er een foto van, maar ook die blokhut was ineens verdwenen.

 

Mijn vader vertelde dat hij daar met andere mannen uit de buurt geregeld onderdook tijdens de oorlog. Thuis, aan de overkant van de Warande, gaf men met brandende sigaretten aan als de kust weer veilig was. Je kon de as van de sigaret dan zien gloeien, vertelde hij, want in die tijd waren er geen straatlantarens aan de Bredaseweg. Het kon aardedonker zijn.

 

Familie van mij heeft in de oorlog tijdelijk in de grote villa op het plein in de Oude Warande gewoond. De familie van Schaïk. Mogelijk heeft mijn vader, Herman de Vries, daarin een bemiddelende rol gehad naar de familie Verbunt toe.

 

In de herfst raapten we eikels en verkochten die aan de bloemist het Westend op de Bredaseweg. Voor 0,05 cent per kilo, als ik me goed herinner. In mijn herinnering hebben we dat een aantal jaren gedaan.

 

Boswachter Nelis Lavrijsen woonde samen met zijn gezin aan het plein in de Oude Warande. Wij speelden af en toe met de kinderen van Lavrijsen. Soms kregen we een glaasje ranja van Cato, de vrouw van Nelis Lavrijsen. Ik herinner mij dat ik tegen die witte muur van de schuur heb staan ballen. Een enkele keer speelde ik ook bij de familie Verbunt; zij hadden een speelhuisje in de tuin, wat ik fantastisch vond.

 

Ik ging ook samen met broer en zussen geregeld naar het Dierenpark dat grensde aan de Oude Warande. Ons gezin kreeg een of twee jaar een seizoenkaart voor gratis toegang, omdat een reclamebord van de Dierentuin naast onze tuin in het weiland van boer Vermeer stond, onze buren.

 

In de vakanties kwamen er vaak neefjes en nichtjes ons logeren en die gingen dan ook mee naar de dierentuin. Mijn oudste zus moest bij de kassa van het Dierenpark zeggen dat die allemaal bij ons gezin hoorden. Leuke herinneringen!

 

In de zestiger jaren wilden twee zusjes op hockey bij Tilburg in de Warande, maar we begrepen van onze ouders dat ze door de ballotagecommissie niet geaccepteerd werden. Zij zijn toen bij Forward gaan hockeyen.

 

Toen ik met mijn gezin in 1990 in mijn ouderlijk huis gingen wonen kon onze dochter wel bij Tilburg op hockey. We nemen aan dat toen de ballotagecommissie opgeheven was.

 

We hebben veel gewandeld in de Oude Warande en dat doen we nog steeds.