VoordeverandaindetuinDoor: M. Bastiaansen – de Rooij (met dank aan de zussen Joossens)

Het familiehuis van de familie Verbunt dat midden in het bos stond was indertijd verhuurd aan een viertal families, waaronder mijn ouders Marcel de Rooij en Wilhelmina Smeets. In de oorlog is het huis gevorderd geweest door de Duitsers en later door de Engelsen. De families die na de oorlog het huis gingen bewonen, vonden de ramen beplakt met zwart papier wat ze er met scheermesjes af hebben moeten krabben.

 

 

Het familiehuis (zoals dat jaren heeft leeggestaan).

Op 4 januari 1948, een zeer koude winterdag met veel sneeuw, strompelde dr. Gebranda, onze toenmalige huisarts, door het bos. Hij kon er niet in met zijn auto en moest deze achterlaten op de Bredaseweg, bij de ingang van het bos. Hij was geroepen om de bevalling te begeleiden. Na de bevalling, ik was een meisje, en het drinken van een cognac samen met mijn vader is hij door de centimeters dikke sneeuw terug gestrompeld, op weg naar zijn borrel/etentje.

Mijn handjes en voetjes werden in watten verpakt en omzwachteld met verbandgaas. Mijn wieg stond vanwege de kou pal naast de potkachel.

Gezellig op de veranda voor het huis.

Gelukkige jaren
Al met al heb ik vijf zeer gelukkige jaren doorgebracht in "mijn bos". Mijn ouders woonden boven de voordeur en op de beneden-verdieping woonde de familie Joossens. Ik speelde met de dochters; Marja, Rosemarie en Annelie, waarmee ik nu nog contact heb, en met de kinderen van de boswachter en zijn vrouw, Nelis en Cato Lavrijsen. Zij hadden negen kinderen.

 

Op deze foto is het kruisbeeld te zien dat bij de ingang op de Bredaseweg, naast het dierenpark, stond. Op de foto sta ik (het kleintje links) en kinderen van boswachter Nelis Lavrijsen. (Ik meen dat dit beeld ooit verhuist is naar de Boscheweg, maar zeker weet ik dat niet.)

Lupinen
De Oude Warande was nog niet opengesteld voor bezoekers, dus we hadden het hele bos voor onszelf; twee grote vijvers en een piepkleine met een kapelletje, het hertenkamp, alle eikels, paddestoelen, beukennootjes en tamme kastanjes. Er bloeiden sneeuwklokjes in de winter en lupinen en rododendrons in de zomer. Het hele jaar door zag je herten lopen.

Op de vijvers werd flink geschaatst, meestal op de kleine vijver. Een anekdote die nog steeds door de familie Joossens wordt verteld: Alle kinderen gingen naar het kleine vijvertje om te schaatsen, ook de baby in het wagentje. Iedereen had veel plezier en toen het begon te schemeren ging iedereen naar huis. Een eenzaam kinderwagentje bleef bij de vijver staan! Grote consternatie, maar gelukkig, de wagen met de baby erin stond er nog.

IJshocky
De vijver is ook later, toen het bos opengesteld was voor publiek, nog veel gebruikt om op te ijshockyen. Nu bloeien er zomers waterlelies en zwemmen er vissen.

Samen met de kinderen van de boswachter liepen we naar de kleuter- en lagere school. Die school stond achter de Margaretha Maria kerk aan de Ringbaan West. Dat was dus best een lang stuk lopen. Er schijnt ook ooit een schoolbus gereden te hebben, maar dat was voor mijn tijd.

De Oude Warande was een heerlijke plek om te wonen. Het water was echter niet geschikt om te drinken; het was roestbruin en moest opgepompt worden. Drinkwater werd met emmertjes bij de boswachter gehaald. Er was geen verwarming. De familie Joossens had een open haard en mijn ouders een potkachel. Net na de oorlog waren de kolen nog op de bon en er werd toen ook op petroleum gekookt. Ook de babymelk was op de bon.

Poes
Mijn ouders hadden een poes, die elke dag met mijn vader meeliep tot aan de Bredaseweg. Als mijn vader weer thuis kwam van zijn werk wachtte de poes hem op. Hij was er elke dag en liep dan mee terug naar het huis. Op een dag was poes nergens te vinden, ze zat niet te wachten bij de ingang. De volgende dag werd ze kermend van de pijn aangetroffen bij het huis. Haar pootje zat in een klem. Ze was met klem en al terug gekomen! De dierenarts heeft haar laten inslapen.

Mijn ouders hebben ook een eekhoorntje gehad dat uit het nest was gevallen. Helaas is dat op een dag ook weer uit het raam gevallen.

Aardappels in schil
De lekkerste herinnering bewaar ik aan de gekookte aardappels in schil die bestemd waren voor de varkens. Cato, de vrouw van de boswachter, kookte deze aardappels in een grote ketel buiten onder de veranda. Als ze klaar waren kregen we altijd een gloeiend hete aardappel om op te eten. Ik heb nooit meer zulke lekkere aardappeltjes gegeten!

Toen ik 5 jaar was werd het bos verkocht aan de gemeente. Iedereen ging verhuizen, wij als laatste. Wij verhuisden naar het Dorstige Hert en de familie Joossens naar de wijk Jerusalem.

Tot en met de dag van vandaag wandel ik nog in "mijn bos", wel met een onderbreking van ongeveer 20 jaar die ik samen met mijn inmiddels overleden man in de tropen heb doorgebracht. Ik ga er vaak naar toe met alle honden die ik heb gehad, met mijn kinderen en kleinkinderen en, vorige maand nog, met Marja en Rosemarie.

Ik kom zeker naar de feestweek!

Mieke Bastiaansen - De Rooij