Door: Angela van Bebber

Eind 2005 werd mij geadviseerd om eens vaker te gaan wandelen; dat zou goed voor me zijn. In die tijd worstelde ik met mezelf, want ik stond voor een keerpunt in mijn leven. Ik kwam niet veel buiten en hoewel ik in de Blaak woonde kende ik de Oude Warande niet. Dus toen ik het advies opvolgde en eens ging wandelen kon ik kiezen tussen het Wandelbos en de oude Waranda. Het werd de Warande. Het moest zo zijn.

Het was Eerste Kerstdag. In gedachte verzonken wandelde ik in de Oude Warande. Ik deed mijn best om 'te voelen', zoals ik moest doen. Dat is zo gemakkelijk gezegd, maar ik kon het niet. Het leven viel me zwaar op dat moment. Wat doe ik hier? Vroeg ik me af.  Een vrouw met haar hond kwam me tegemoet gelopen en we groetten elkaar vriendelijk. Dat voelde goed.

Een uurtje later kwamen we elkaar weer tegen. We zeiden weer goedendag en blijven beiden staan. Heel natuurlijk raakten we aan de praat en al heel snel werden we vertrouwelijk met elkaar. We vonden het beiden makkelijk om over ons zelf te praten. Ook zij bleek te worstelen en net als ik op een keerpunt in haar leven te staan.

Haar hond begon na een half uurtje steeds onrustiger te worden, het was dan ook koud op die winterdag. Daarom namen we na drie kwartier afscheid van elkaar, niet wetende wanneer we elkaar weer zouden zien.

Een half jaar later zagen we elkaar weer, maar zij was met andere mensen en een praatje kwam er niet van.

De volgende ontmoeting was ongeveer een jaar na de eerste. Nu namen we wel de tijd om met elkaar te praten. Het ging weer net zo vlot en het voelde weer net zo goed als dat jaar ervoor. Toen we afscheid namen spraken we af om elkaar vaker te zien.

Dat hebben we gedaan en sinds die tijd zijn we vriendinnen.